De leerfasen van Maslow

Hoe werkt het?

Iets leren gaat niet vanzelf. Vaak verloopt dat via een soort ‘patroon’ van vier fasen. De psycholoog Maslow heeft dat zo beschreven. Door deze fasen in je achterhoofd te houden begrijp je beter hoe je leert, en hoe het komt dat sommige dingen makkelijk gaan dan andere.

De fasen

Fase 1: Onbewust en onbekwaam
Je weet niet dat je iets niet kunt. Je ziet en hoort bijvoorbeeld voor het eerst iemand gitaar spelen.

Fase 2: Bewust en onbekwaam
Nu weet je wel dat je iets niet kunt. Je wilt dit gaan leren, en je weet ook dat het niet vanzelf gaat maar dat je er bijvoorbeeld training voor nodig hebt. Je bedenkt dat je gitaar wilt leren spelen en begint wat te ‘rommelen’ met een boek waarin akkoorden staan.

Fase 3: Bewust en aan het leren
Je bent bezig om te leren. Zolang je je gedachten er volledig bij hebt lukt het vrij aardig: als je jezelf goed concentreert kun je akkoorden op de gitaar spelen. Om beter te worden neem je lessen. Dit is de lastigste fase van de vier! Je kunt je onzeker voelen, zelfs gefrustreerd. Sommige mensen geven op: de oude manier van ‘aanrommelen’ op de gitaar werkte immers ook best goed. Dat kan zo zijn, maar je komt dan niet verder.

Fase 4: Onbewust en bekwaam
Je hebt het geleerd: je kunt nu zonder al te veel inspanning liedjes op je gitaar spelen. Doordat je de akkoorden kunt spelen zonder er al te vel bij na te denken kun je er ook bij gaan zingen. 

In een plaatje ziet het er ongeveer zo uit:

In welke situatie komt het voor?

Als je iets wilt (of moet) leren. Dat kan in heel veel gevallen zo zijn. Niet alleen met leuke dingen zoals hobby’s of sporten, maar ook als je een betere manier van omgaan met anderen wilt leren.

Hoe kan ik het gebruiken?

Nu je weet dat de derde fase lastig is kun je bij jezelf beter nagaan hoe het komt dat je wel eens iets opgeeft. Je kunt ook beseffen dat het soms een (goede!) keuze is om in de derde fase te blijven, dus op je ‘oude manier’ de dingen te blijven doen.

Tips

Kijk goed naar wat je wilt leren, en hoe je dingen wilt leren. Maak bewuste keuzes: je kunt ervoor kiezen om bewust onbekwaam te blijven. 

De transactionele analyse

Hoe werkt het?

De transactionele analyse is een behandelmodel waarvan we een klein stukje uitleggen: die van posities. Als er communicatie is tussen mensen zijn er drie mogelijke posities. Je kunt dan kindvolwassene of ouder ‘zijn’. Het kan je erg helpen om deze posities te herkennen en toe te passen! Je zou het woord ‘positie’ ook kunnen veranderen in ‘rol’, als je dat handiger vindt.

In het plaatje hierboven zie je dat er pijlen staan tussen kind en kind, volwassene en volwassene, ouder en ouder. Dat betekent dat er ‘transacties’ zijn die kloppen.

Zodra iemand vanuit de kindpositie iemand anders aanspreekt als ‘ouder’ kan het misgaan. Wat er dan gebeurt is dat ‘het kind’ iets vraagt waaraan een ‘ouder’ niet kan of wil voldoen. Een voorbeeld is dat een werknemer aan zijn leidinggevende op een niet-zakelijke manier om salarisverhoging vraagt, maar erom zeurt.

In welke situatie komt het voor?

Overal waar mensen met elkaar communiceren zie je dit voorkomen. Het kan ook in gezinnen zijn: bijvoorbeeld als vader of moeder dingen met hun kind bespreken die helemaal niet voor kinderen bedoeld zijn.

Hoe kan ik het gebruiken?

Allereerst door het te herkennen. Wanneer zie je gebeuren dat er ‘scheve transacties’ plaatsvinden? Als je dat merkt en doorhebt kun je je eigen positie veranderen. Daarmee beïnvloedt je ook die van degene met wie je communiceert. Als je aangesproken wordt als ‘een kind’, dan kun je ervoor zorgen als tegenreactie vooral de positie van ‘volwassene’ in te nemen. Dat voorkomt strijd!

Een voorbeeld

Je werkt bij een bedrijf. Je wilt na Pasen nog een paar dagen vrijnemen. Je baas zegt dat dit niet kan, vanwege de drukte. Je voelt je tekort gedaan en wordt boos. Je zegt: “Ja maar anderen mogen ook vrij nemen met Kerstmis.” Je baas zegt dat hij nou eenmaal beslist en dat je geenvrij krijgt.

Wat gebeurt hier?

  1. Je vraagt iets aan je baas terwijl jullie beiden in de volwassenpositie zitten.
  2. Hij weigert jou vrij te geven, waardoor jij je in de kindpositie voelt.
  3. Je gaat min of meer stampvoeten: “Ja maar!”
  4. Je baas voelt zich aangesproken in zijn ouderpositie en geeft een “Waarom? Omdat ik het zeg!”-achtige reactie.

We hebben allemaal de neiging om in de kindpositie te gaan zitten als we ons gelijk niet krijgen.

Tips

  • Kijk eens goed naar welke posities je zelf inneemt. Wat herken je?
  • Probeer eens een heel andere positie in te nemen en kijk welke invloed dat heeft op de situatie.

De cirkels van invloed en betrokkenheid

Hoe werkt het?

De cirkel van Covey helpt om anders te kijken naar de dingen waarmee we bezig zijn. Door dat te zien kun je ook anders met dingen leren omgaan. Je ziet dat jouw invloed op zaken die spelen anders ligt dan je zou denken.

Je ziet twee cirkels:

  1. De cirkel van betrokkenheid
    In deze cirkel spelen zich verschillende zaken en dingen af die je bezighouden en die ook invloed op je hebben. Maar jij hebt geen invloed op die zaken of dingen! Het is éénrichtingsverkeer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een nieuwe belastingwet, of aan de beslissing van een scheidsrechter waar jij toeschouwer bent.
  2. De cirkel van invloed
    In deze cirkel zitten de dingen waar je wél invloed op hebt. Je kunt hierbij denken aan de plannen die je hebt, of jouw eigen huishouden.

Het bijzondere is dat je gewend bent om vooral aandacht te besteden aan je cirkel van betrokkenheid, terwijl dat eigenlijk vergeefse moeite is!

In welke situatie komt het voor?

Overal en altijd. Je hebt een beperkte invloed, en er zijn veel dingen uit de cirkel van betrokkenheid van invloed op jou.

Hoe kan ik het gebruiken?

Binnen je cirkel van invloed heb je de meeste kans om dingen naar je hand te zetten. Daar kun je dan het beste ook je energie aan besteden. Dat betekent niet dat je de invloed van de cirkel van betrokkenheid maar moet laten gebeuren! Het betekent dat je het beste een keuze kunt maken. Stel nou dat je werk heel erg verandert omdat de baas/het bedrijf/de overheid dat beslist. Daar kun je zelf niets aan veranderen. Je kunt er dan bijvoorbeeld voor kiezen om:

  • Dat te accepteren
  • Weg te gaan en ander werk te zoeken

Tips

Maak voor jezelf een lijstje en noteer waar je wel en geen invloed op hebt.

Het Johari-venster

Hoe werkt het?

Het Johari-venster helpt je om meer zicht te krijgen waarover je communiceert, en op welke manier je dat doet. Het woord ‘Johari’ klinkt misschien wat raar, maar het is gewoon een afkorting van Joseph Luft en Harry Ingham. In het venster zijn vier onderdelen die aangeven welke informatie bij wie bekend is. Dit worden de kwadranten genoemd.

 Bekend aan jezelfOnbekend aan jezelf
Bekend aan anderenOpen ruimteBlinde vlek
Onbekend aan anderenVerborgen gebiedOnbekend gebied

Wat is wat?

Open ruimte
De ‘open ruimte’ is wat jullie allebei weten, en waarover jullie kunnen praten.

Blinde vlek
De ‘blinde vlek’ is wat anderen weten, maar jij niet. Dat kan bijvoorbeeld een geheim zijn dat anderen weten, maar jij niet.

Verborgen gebied
Het ‘verborgen gebied’ zijn jouw geheimen. Dit zijn de dingen die je bewust niet aan anderen vertelt.

Onbekend gebied
Het ‘onbekende gebied’ is onbekend voor zowel jou als de anderen. Hier wordt dus nooit over gepraat.

In welke situatie komt het voor?

Meer dan je denkt, maar vaak onbewust! Zo kan het zijn dat anderen denken dat een onderwerp van de ‘blinde vlek’ wel degelijk bekend is bij jou. Ook kan het zijn dat bepaalde onderwerpen niet besproken ‘mogen’ worden. Ze zijn er wel, maar worden bewust genegeerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de onvrede over het functioneren van iemand binnen een bedrijf: iedereen weet het, maar niemand wil er z’n vingers aan branden door het bespreekbaar te maken!

Hoe kan ik het gebruiken?

Nu weet je dat jij en anderen soms bewust, en soms per ongeluk informatie voor elkaar verborgen houden. Het is prima om dat bewust te doen, maar houd er rekening mee dat het soms misverstanden de wereld in kan helpen!

Tips

  • Als je denkt informatie te missen, vraag er dan om. Ga vooral niet zitten gissen.
  • Maar: probeer niet alles uit te vinden. Als iemand iets niet wil vertellen is dat prima.
  • Accepteer dat mensen soms dingen niet willen vertellen.

De spiraal van geweld (in relaties)

Hoe werkt het?

In alle relaties zijn spanningen. Soms valt daarbij een klap of erger. Lichamelijk geweld in een relatie begint vaak min of meer ongemerkt, met kleine dingetjes. In dit model zie je dat het geweld steeds terugkomt. Het wordt een ‘spiraal’ genoemd, want het geweld wordt steeds heftiger als het vaker voorkomt.

In het plaatje hieronder zie je de vijf situaties van het model.

Fase 1: het begint
Als er in tijdens een ruzie een keer geweld plaatsvindt schrikken de partners vaak heel erg. De partners kunnen met elkaar uitpraten wat er gebeurd is en proberen samen naar een oplossing te zoeken om te voorkomen dat dit weer gebeurt.

Als de relatie gewelddadig is werkt het anders. Degene die geslagen is zal proberen om ervoor te zorgen dat er maar geen ruzie ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld het door de pleger van het geweld altijd naar de zin te maken. De pleger kan bang zijn dat het slachtoffer de relatie zal beëindigen, waardoor hij of zij zich nog jaloerser en dwingender gaat gedragen.

Fase 2: de explosie
Er is weinig voor nodig om een ruzie te laten ontsporen. Waar dat aan ligt? Dat kan van alles zijn. Een slecht humeur, een ‘verkeerde opmerking’, maar ook verdovende middelen die ervoor zorgen dat mensen zich niet meer zo goed in de hand hebben. Er is altijd sprake van een opbouw, omdat de partners niet weten hoe ze spanningen op een andere manier met elkaar kunnen bespreken.

Fase 3: de spijt
Wat je vaak ziet is dat plegers van geweld proberen om te ‘downplayen’ (“Het viel allemaal erg mee, het was helemaal geen harde schop.”) of de schuld aan anderen te geven. Dan kan het slachtoffer de schuld krijgen, bijvoorbeeld omdat er sprake was van ‘uitdaging’.

Wat ook kan gebeuren is dat ze de schuld aan omstandigheden geven: stress op het werk bijvoorbeeld. Andere plegers zeggen dat ze niet anders konden, dat het ‘nodig’ was. Hoe raar het ook klinkt: dit zijn manieren om met spijt om te gaan.

Fase 4: terugwinnen
“Het zal nooit meer gebeuren. Echt niet. Nooit meer.” Met beloftes en cadeautjes probeert de pleger het slachtoffer terug te winnen. Wat je dan nogal eens ziet is dat de pleger het slachtoffer vraagt om te helpen het geweld te voorkomen. Daarmee wordt de verantwoordelijkheid verschoven! Daarnaast gebeurt het ook dat de pleger dreigt met zelfmoord, of het slachtoffer bedreigt met moord.

Fase 5: alles is weer goed
Alles lijkt weer goed te gaan. Het incident wordt vergeten, maar er is niets opgelost. Het ene incident wordt vergeven en vergeten, waardoor de echte oorzaak of oorzaken van geweld nog dieper begraven worden. Dat komt door alle energie die pleger en slachtoffer erin steken om het weer goed te maken. Dan is er weinig tot geen plek voor moeilijke gesprekken. Dit maakt het juist moeilijk om iets aan de relatie te doen of weg te gaan.

Het begint opnieuw
De spanning loopt weer op, en leidt tot een nieuwe uitbarsting van geweld. Hoe vaker de cirkel wordt doorlopen, hoe slechter het zelfvertrouwen van het slachtoffer wordt. Daardoor wordt het steeds moeilijker om uit de relatie te stappen.

In welke situatie komt dit voor?

Zoals we het hier beschreven hebben gaat het over geweld in een partnerrelatie.

Hoe kan ik het gebruiken?

Als je op een manier herkent dat je in deze cirkel zit, schakel dan hulp in van bijvoorbeeld het Algemeen Maatschappelijk Werk. Ook kun je contact opnemen met een zogeheten Steunpunt Huiselijk Geweld. Op deze site vind je alle vestigingen.

Gebaseerd op een uitleg van www.huiselijkgeweldflevoland.nl