Het in­nova­tiecir­cus

Innoveren om het innoveren. Het gebeurt meer dan we denken. Er is een innovatiecircus gaande waar alleen de innovatie-industrie belangen bij heeft. Eindgebruikers betalen de rekening: hogere kosten, mislukte implementaties en diensten of producten waar ze niet om gevraagd hebben.

De aanleiding van deze blog is een column van Nick Guldemond, waarin hij onder andere tegen het zere been van de zorginnoverende congrestijger schopt.

Legitimiteit van innovatie

Om de legitimiteit van een innovatie te beoordelen kunnen er naar mijn idee verschillende vragen vooraf gesteld. De kwaliteit van het antwoord bepaalt mede of de voorgenomen innovatie een speeltje is, of daadwerkelijk van toegevoegde waarde blijkt.

  1. Welke voordelen zien de eindgebruikers in de innovatie?
  2. Hoe zijn zij meegenomen in het ontwikkelproces?
  3. Hoeveel tijd en energie wil men in de invoering van de innovatie steken (bewustwording, adoptie, scholing etc)?
  4. Wat lost de innovatie op wat niet met de beschikbare middelen opgelost kan worden?
  5. Welk probleem wordt er eigenlijk opgelost?

Vraag 1 is allicht de allerbelangrijkste. Hoewel- wat vond Steve Jobs?

A lot of times, people don’t know what they want until you show it to them.

De waarheid lijkt me in ’t midden te liggen. Een innovatie die toegevoegde waarde biedt wordt ontwikkeld in samenwerking tussen eindgebruiker(s) en ontwikkelaar(s). Beide groepen spelen een belangrijke rol, en geen van beiden hebben de volledige zeggenschap hoe de dienst of het product eruit komt te zien.

Hulpmiddel

Op de derde vraag kunnen we als antwoord gemeenplaatsen terugvinden. “Als de innovatie zichzelf niet uitlegt, is het geen goede.” Natuurlijk, gebruiksvriendelijkheid en doelmatigheid moeten in orde zijn. Maar veel belangrijker is om doorlopend te realiseren dat innovatie een hulpmiddel moet zijn om dingen gedaan te krijgen. Dit hulpmiddel gaat pas werken als het fatsoenlijk met werkprocessen verweven wordt. De kans van slagen wordt anders klein.

(Zorg)innovatie lijkt te vaak om abstracte, hoog-overvisies te gaan. Bovenstaande vragen zouden leidend moeten zijn- niet de innovatie om de innovatie. Soms verdient een industrie geen kans.