De effectiviteits­mythe

Met moderne (en minder moderne) middelen kan nagenoeg alles gemeten worden. Een deel gebeurt automatisch (stappentellers), een deel gebeurt handmatig. De heilige graal van dit moment? Effectiviteitsmeting. Maar welk verhaal vertelt effectiviteitsmeting ons?

U kent het wel: klanttevredenheidsonderzoeken. Het is bijna onmogelijk om ongestraft een aankoop ergens te doen, zonder met een tevredenheidsonderzoek om de oren geslagen te worden. Deze zachte dwang vindt steeds vaker plaats in hulpverlening in de vorm van effectiviteitsonderzoeken.

Een doel voor managers?

Er bekruipen mij diverse gedachten bij gebruik van het instrument. Een wat mij betreft belangrijke vraag is met welke intentie het middel ingezet wordt. Levert het mooie statistiek op voor managers, om diensten te verkopen? Geeft het informatie aan cliënten hoe hun vooruitgang is? Kunnen hulpverleners eruit afleiden of interventies tot veranderingen leiden? Deze ‘why’-vraag is fundamenteel voor de uitkomsten die men zou willen verkrijgen.

Ik denk dat er vooralsnog te veel waarde gehecht wordt aan effectiviteitsmeting in het werkveld van het maatschappelijk werk. Het werkveld is veel te breed om geïsoleerde effectiveitsmeting op interventies, methodieken of middelen te kunnen doen. Ik geloof er wel in dat het op vrijwillige basis bijhouden van de voortgang van eigen doelen werkt: vooruitgang zien zorgt voor motivatie. Zo is de effectiviteitsmeting geen doel, maar een middel van interventie op cliëntniveau.

Moeilijk meten in een breed werkveld

De effectiviteit van begeleiding in het maatschappelijk werk is dus moeilijk meetbaar, maar als middel kan het wel helpen ter zelfmotivatie van cliënten. Daarbij helpt het middel cliënt en hulpverlener gezamenlijk te beschouwen of men (nog) op de goede weg is in het traject.

Vervolgens zouden er op macroniveau wellicht voortgangscijfers geaggregeerd kunnen worden. Deze cijfers zouden dan ‘iets’ kunnen zeggen over mogelijke effectiviteit van begeleiding. Al zou die effectiviteit allicht verbeterd kunnen zijn doordat cliënt zelf de voortgang bijhoudt. Hebben we het nu over een soort Droste-effect?

Zelfmeting

Deze vorm van zelfmeting is in het maatschappelijk werk nog onvoldoende aan de orde. Als een organisatie er echter mee gaat werken dan moet men goed bedenken waarom men het middel wil inzetten. Vervolgens kijkt men in welke volgorde de uitkomsten gebruikt worden. In eerste instantie zou de effectiviteitsmeting wat mij betreft op een goede manier op persoonlijk cliëntniveau geïntroduceerd moeten worden. Dat zou de inzet moeten zijn: effectiviteitsmeting als middel voor voortgang.